Het (nieuwe) verlaagd tarief vennootschapsbelasting

Zoals u ongetwijfeld weet, is de vennootschapsbelasting grondig hervormd met ingang vanaf 1 januari 2018.
Deze overgang verloopt stapsgewijs en hieronder vatten wij de wijzigingen op vlak van het tarief bondig voor u samen.

OPGELET: DE NIEUWE REGELS GELDEN PAS VOOR BOEKJAREN STARTEND VANAF 1 JANUARI 2018

Het basistarief daalt vanaf 2018 van 33,99% naar 29,58%. In 2020 daalt dit verder naar 25%.
Het verlaagd tarief daalt vanaf 2018 van 25% (op de eerste 25.000 EUR) naar 20% (op de eerste 100.000 EUR).
Uw vennootschap komt slechts in aanmerking voor het verlaagd tarief onder bepaalde voorwaarden. Opmerkelijk is dat:

  • de minimumbezoldigingsvoorwaarde (bruto) opgetrokken werd naar 45.000 EUR (i.p.v. 36.000 EUR volgens oud regime).
  • de zgn. 13% dividendregel geschrapt werd (uw vennootschap komt dus in aanmerking voor het verlaagd tarief ongeacht of er dividenden uitgekeerd worden)
  • de voorwaarde van 'maximum belastbaar inkomen 322.500 EUR' geschrapt werd (uw vennootschap komt dus in aanmerking voor het verlaagd tarief ongeacht de hoogte van haar belastbare winst)

Is deze nieuwe regelgeving dan interessant voor u? Het antwoord is ongetwijfeld ja. Het tarief op zichzelf daalt waardoor de belasting vermindert.
De volgende vraag die u zichzelf dient te stellen, is of een aanpassing (in meer of in min) van uw bezoldiging u voordeel oplevert. Dit is uiteraard geval per geval te bekijken, maar hieronder vatten we alvast enkele aandachtspunten voor u samen.

  1. Enkel bezoldigingen aan natuurlijke personen worden in aanmerking genomen en het grensbedrag wordt per persoon beoordeeld (lees: minstens door één persoon). Hierover bent u sociale bijdragen en personenbelasting (progressief tarief) verschuldigd. Ook uw voordelen alle aard, sociale bijdragen (indien deze via de vennootschap worden betaald) en andere toekenningen worden mee geteld bij de beoordeling van het minimumbedrag.
  2. Voldoet uw vennootschap niet aan de minimumbezoldiging? Dan is een afzonderlijke heffing van 5,1% verschuldigd op het tekort. Vanaf aanslagjaar 2021 wordt dat 10%. Dit vormt dus een soort van boete/penalisatie, maar is wél aftrekbaar!
  3. Nieuwe kleine vennootschappen (starters) zijn tijdens de eerste vier belastbare tijdperken vanaf hun oprichting vrijgesteld van deze minimumbezoldigingsvoorwaarde.
  4. Voor verbonden vennootschappen (verticaal: moeders, dochters...) én consortia (horizontaal) wordt de minimumdrempel opgetrokken tot 75.000 EUR.

Tenslotte sluiten wij af met een kort (procentueel) cijfervoorbeeld in geval uw vennootschap 100.000 EUR winst (vóór belastingen) maakt op jaarbasis, na de toekenning van een bezoldiging van minstens 45.000 EUR. De volgende berekening is gebaseerd op aanslagjaar 2020 (i.e. boekjaren startende vanaf 01.01.2019).
De vennootschapsbelasting bedraagt dan 20.000 EUR (ervan uitgaande dat voldoende en tijdig voorafbetalingen uitgevoerd werden). Indien deze vennootschap er tevens voor opteert om haar volledige winst vast te klikken als liquidatiereserve, dan betaalt zij 7.272,73 EUR (10%) extra. Worden de voorwaarden voor uitkering vervolgens gerespecteerd (i.e. wachttermijn 5 jaar), dan betaalt deze vennootschap later nog 3.636,36 EUR (5%) bij de uitkering. In totaal houdt de aandeelhouder van deze vennootschap netto 69.090,91 EUR over. In procenten: van elke 100 EUR die de vennootschap verdient, blijft netto na uitkering iets meer dan 69% over. Indien de vennootschap over zou gaan tot ontbinding, wordt dit nog meer.

Heeft u hierover vragen en/of wilt u een aangepaste berekening laten maken voor uw eigen vennootschap?
Contacteer ons per mail of telefonisch (03/385.84.75).